Wij gebruiken cookies om de ervaring bij itslearning.nl persoonlijk te maken. Bezoek je onze website, dan ga je akkoord met deze cookies

Omgaan met verschillen in de klas: De rol van de docent

Omgaan met diversiteit in de klas. Het maakt de lespraktijk uitdagend en boeiend, maar soms ook lastig. Voor docenten is de uitdaging om de verschillen te zien en te bedenken wat de leerling of student nodig heeft en daarop te anticiperen. Peter Mol, directeur bij Gedragpunt, Scholing en Advies en Bestuurslid van de Landelijke Beroepsgroep voor Begeleiders in het Onderwijs (LBBO), geeft tips en handvatten voor docenten.

De individualisering in de maatschappij is sinds de jaren ‘70 aan de gang en neemt toe, ook in het onderwijs. Het idee bestaat dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen schoolloopbaan. Zo zou er voor ieder kind een passende strategie zijn. Maar passend onderwijs betekent niet het hebben van een lijstje met recepten als reactie op ADHD of autisme. “Die zijn er niet”, zegt Peter Mol. “Passend onderwijs heeft niet zoveel met kinderen te maken maar met leraren: aan hen de taak passend te onderwijzen.” Zoals de Britse filmproducer David Puttnam, nu actief in de educatie, zei: “There is no education system in the world, none at all, that’s better than its average teacher.

De omgeving beïnvloedt gedrag

75% van de leerlingen heeft geen problemen en komt gewoon mee, volgens een piramidemodel van Gedragpunt. 20% heeft wat extra aandacht nodig vanwege alternatief gedrag en slechts 5% vertoont gedrag waarvan we de schade moeten beperken. Docenten volgen vooral cursussen over die laatste groep kinderen (bijvoorbeeld over ‘Hoe zit Asperger in elkaar?’), terwijl we ons beter op die grote groep van 75% kunnen concentreren, volgens Mol.

“Verschillend gedrag in de klas is vooral het resultaat van de omgeving, niet van stoornissen als ADHD. De omgeving kan gedrag uitlokken. Op veel scholen hangt bijvoorbeeld kerstversiering aan het plafond. Bij het weghalen van de versiering na de vakantie blijven er draadjes achter, die er de komende maanden nog hangen. De leerkracht vindt het vreemd dat een kind naar het plafond kijkt tijdens de les, en denkt: ‘Weer een ADHDer’. Leerkrachten kunnen afwijkend gedrag ook zelf uitlokken. Het antwoord dat u van een leerling krijgt op de vraag: ‘Denk je dat je leuk bent?’, is vaak ‘ja’. Als leraar kunt u beter gewoon tegen de leerling zeggen ergens mee te stoppen. En let daarbij ook op het taalgebruik. Bij negatief gedrag van het kind gebruiken we al snel kortere zinnen. Terwijl als u dat omdraait de klas anders gaat reageren.”

“Nog een voorbeeld. Leraren roepen veelal: ‘Doe nu eens normaal!’. Maar weet elke leerling wat normaal is? Weten we dat zelf? Om te weten wat acceptabel en normaal is, moeten kinderen dat eerst leren. Vertel ze wat de regels en gewoontes zijn op school, zoals geen mobieltjes gebruiken en je tas in de hoek zetten. Leg ze uit dat hier op school de leerkracht altijd als eerste het lokaal binnengaat. Daarmee houdt u de situatie in de hand. Als u bij de deur staat en tegen een leerling zegt zijn pet af te zetten, doet hij het wel. Later in de klas ten overstaan van zijn vrienden wordt het een strijd.”

Passend onderwijs zit in de docent

Omgaan met escalerend gedrag is nog zo’n trucje dat hoort bij het vakmanschap van de docent. Mol: “Escalerend gedrag ontstaat altijd in een rustige situatie. Het signaleren van de trigger is het punt om in te grijpen; in de piek begint u niks meer.” Triggers zijn bijvoorbeeld situaties waarin een kind niet weet hoe het zich moet gedragen, overgangsmomenten/verandering in routine, het krijgen van een correctie, of provocatie van klasgenoten. “Ziet u dat de leerling opblaast? Loop dan weg, zodat hij zich kan herstellen. Wat u nooit moet doen is in discussie gaan, de machtsstrijd aangaan, de leerling voor schut zetten, preken, cynisch reageren, de leerling aanraken, voor de leerling gaan staan, stem verheffen of schreeuwen. Reactief gedrag werkt bijna nooit en verergert de escalatie.”

Mol: “Dit soort vakmanschap moeten we niet nalaten: het is de kern van onderwijs. Het is niet de bedoeling dat passend onderwijs verwordt tot het opstellen van profielen, voorspellen van de ontwikkeling (glazen bol denken), volgen van stroomschema’s en ‘eruit halen wat erin zit’. De kern van het verhaal is: passend onderwijs zit in de docent. Als het gaat lukken is dat niet dankzij alle protocollen, maar dankzij het vakmanschap van de docent.”

Bronnen en verder lezen

Whitepapers Brochure Contact